Sectoren

Burger- en Utiliteitsbouw (B&U)

De resultaten van het carbon footprint-rekenmodel voor de keten van woningen en utilitaire gebouwen zijn overduidelijk. Het grootste deel van de CO₂-emissie ontstaat door energieverbruik van opgeleverde producten (woningen 80% en kantoren 91%) in de gebruiksfase.

Naar verwachting zullen woningen en utilitaire gebouwen in de nabije toekomst aanmerkelijk energiezuiniger zijn. Niet alleen door aangescherpte wettelijke eisen (EPC) maar ook door de vraag van zowel publieke en private opdrachtgevers als vastgoedbeleggers.

Er bestaat inmiddels een keur aan methoden en instrumenten zoals BREEAM, GreenUp tool die zich richten op het terugdringen van CO₂-emissie in de gebruiksfase. Overigens ligt het grootste energiebesparingpotentieel besloten in de bestaande bouw. In Nederland wordt slechts 1% van de woningvoorraad en 1% van de utilitaire gebouwen jaarlijks gerenoveerd. Echter de door SenterNovem en BAM Woningbouw in november 2008 uitgebrachte Toolkit Bestaande Bouw wordt steeds vaker toegepast. Vanwege het omvangrijke karakter van renovatietrajecten wordt eind 2009 de eerste resultaten verwacht.

Door de voortvarende aanpak van energiebesparing in de gebruiksfase zullen de CO₂-emissies van de opgeleverde producten de komende jaren naar verwachting sterk afnemen. Hierdoor zullen de verhoudingen in de B&U-keten wijzigen en zal het relatieve aandeel en het belang van CO₂-emissies vanuit de inkoop- en bouwfase sterk toenemen.

Grond-, Weg- en Waterbouw (GWW)

De wereld van de Grond-, Weg- en Waterbouw (GWW) bestaat uit autowegen, spoorwegen, civiele constructies en infratechnische producten. De carbon footprint van deze producten ziet er geheel anders uit dan die van woningen en utilitaire gebouwen. De CO₂-emissie van spoor- en autowegen zit voornamelijk aan de toeleverende kant en bouwfase en minder in de gebruiksfase. De realisatie van producten in de GWW-sector vraagt om de inzet van relatief veel CO₂-intensieve grondstoffen, zoals asfalt beton, staal en koper. Het verbruik van deze producten is laag, omdat het wegverkeer en spoorwegverkeer niet worden meegenomen in het rekenmodel om de carbon footprint te bepalen.

De aandacht voor CO₂-reductie ligt in vergelijking met de Burger- en Utiliteitsbouw aanmerkelijk lager. Dit verklaart waarschijnlijk ook het beperkte aantal methoden en instrumenten op het gebied van CO₂-reductie in de GWW-sector. De beschikbare tools zoals DuboCalc, VPL, URBIS en LEMON richten zich bovendien niet of in mindere mate op CO₂-emissie in de inkoop- en bouwfase. Naar verwachting zal het voorgenomen duurzaam inkoopbeleid van de overheid, en met name Rijkswaterstaat en Prorail CO₂-reductie de komende jaren hoger op de agenda zetten.

In de komende jaren zal de CO₂-emissie van de inkoopfase afnemen, enerzijds gedreven door het inkoopbeleid van de overheid en anderzijds door innovaties van toeleveranciers. Hierdoor zullen de verhoudingen in de GWW-keten wijzigen en zal het relatieve aandeel en het belang van CO₂-emissies in de bouwfase toenemen.